Zie hiervoor ook:
viewtopic.php?t=790&mforum=prkmthetegyptef
en
http://antiquity.ac.uk/ProjGall/huyge/index.html
Exclusieve foto van een afbeelding van een vis, waarvan onderaan detail.

Philip: Allereerst oprechte gelukwensen met de ontdekking, voor het gehele team.
Hoe komt het dat deze afbeeldingen zo lang verborgen bleven? En indien de reden hiervoor is dat ze moeilijk bereikbaar en bijna onzichtbaar zijn van op begane grond, hoe hebben jullie ze gevonden?
Dirk Huyge: In 2004 hebben wij in het gebied van el-Hosh, 30 km ten zuiden van de stad Edfoe en op de linkeroever van de Nijl, een rotskunstsite ontdekt met naturalistische afbeeldingen van runderen. Deze hebben ons doen terugdenken aan eerdere vondsten van Canadese archeologen in 1962-1963 in Qurta , aan de noordelijke rand van de Kom Ombo vlakte, tien kilometer meer naar het zuiden en op de andere oever van de Nijl. Het gaat precies om hetzelfde soort kunst. De tekeningen van el-Hosh staan hoog op de rots, zijn donker gepatineerd en moeilijk zichtbaar en waren dus blijkbaar voordien volkomen onbekend. De tekeningen van Qurta, die wij hebben teruggevonden in 2005, waren dus al eerder gezien, maar nooit op hun juiste waarde geschat.
Philip: Vallen de werkomstandigheden op de site mee?
Dirk Huyge: Het is moeilijk werken in Qurta. Altijd weer op en neer erg steile en hoge hellingen. Voortdurend ploeteren door zand en rotspuin. Op verscheidene plaatsen hebben wij met lange ladders moeten werken en zelfs stellingen moeten bouwen. De medewerkers die ik heb gekozen, mochten dus alleszins geen hoogtevrees hebben…
Philip: Zijn dit nu de vroegste teruggevonden afbeeldingen in Egypte en Nubië?
Dirk Huyge: Ja, inderdaad. We nemen aan dat deze tekeningen ongeveer 15.000 jaar oud zijn. Directe dateringen zijn nog niet voorhanden, maar heel wat argumenten wijzen in die richting. Alleen in het zuiden van Afrika is kunst bekend die nog ouder zou zijn, ouder dan 20.000 jaar namelijk.
Philip: Waarom zijn sommige afbeeldingen veel duidelijker dan de andere en zijn sommige – wat lijkt – met krijt omrand?
Dirk Huyghe: Sommige afbeeldingen zijn dieper en duidelijker gegraveerd dan andere. De omrandingen en inkleuringen met krijt zijn niet ons werk, maar dat van de Canadese missie in 1962-1963. Dit gebeurde om duidelijker foto’s te kunnen maken van de rotskunst, maar die techniek wordt nu niet meer in het onderzoek geduld. Het aanbrengen van krijt kan immers het rotsoppervlak met organisch materiaal contamineren en dat geeft problemen voor de moderne natuurwetenschappelijke dateringstechnieken.
Philip: Het gaat hier allemaal om in de rotsen gekerfde contouren - zonder verwijdering van de ‘ingesloten zones’ van de afbeelding – en er is geen spoor gevonden van kleurstoffen?
Dirk Huyge: Neen, er is geen enkel spoor van kleurstoffen gevonden, maar het kan zeker niet worden uitgesloten dat de graveringen inderdaad oorspronkelijk ingekleurd waren. Misschien wordt vroeg of laat een of andere natuurwetenschappelijke techniek ontwikkeld waarmee dit kan worden nagegaan. In latere rotskunst, uit het vierde millennium v.C., kennen we wel enkele zeldzame voorbeelden van ingekleurde graveringen. Er is geen reden waarom het voordien anders zou geweest zijn.
Philip: Sommige voorstellingen zijn in reliëf weergegeven. Is dit het vroegste voorbeeld ooit hiervan teruggevonden?
Dirk Huyge: In dit gebied althans wel. In de rotskunst van de Predynastische periode, plusminus het vierde millennium v.C., komt dit niet voor. In de paleolithische kunst van Europa vindt men wel heel wat reliëfafbeeldingen. Beroemd zijn bijvoorbeeld de schitterende paardenafbeeldingen van Cap Blanc in de Périgord (Frankrijk), die eveneens ongeveer 15.000 jaar oud zijn.
Philip: De runderen zijn veel realistischer weergegeven in vergelijking met de menselijke figuren. De ‘kunstenaars’ waren wel degelijk in staat om realistische voorstellingen te creëren. Mag hieruit geconcludeerd worden dat de vorm van de afbeeldingen weldoordacht was en eerder een symbolische functie had?
Dirk Huyge: Absoluut. Sommige rundervoorstellingen zijn superb en duidelijk door erg getalenteerde kunstenaars gemaakt. Als ze dat wilden, hadden ze even naturalistische afbeeldingen van mensen kunnen maken. Het is dus zeker doelbewust dat dieren realistisch worden getekend en mensen schematisch. Dat moet een betekenis hebben, die ons echter volkomen ontsnapt. Misschien rustte er om een of andere reden een taboe op het natuurgetrouw afbeelden van mensen? Hetzelfde fenomeen doet zich trouwens voor in de Europese paleolithische kunst.
Philip: Is het juist dat deze manier van voorstellen in veel primitieve samenlevingen voorkwam? Dat het hier misschien een universele manier van ‘wishful thinking’ gaat: de afbeelding van een vruchtbare samenleving, of in het geval van het nijlpaard: om macht over het afgebeelde te hebben?
Dirk Huyge: We kunnen eindeloos speculeren over de betekenis van deze kunst, maar we zullen het wellicht nooit echt weten. Feit is dat ze vooral die dieren hebben afgebeeld die ze ook effectief bejaagden en die hun als voedsel dienden. Misschien gaat het dus om een soort jachtmagie… Maar dat is maar één mogelijkheid onder verscheidene andere.
Philip: Zeven afgebeelde mensen op ongeveer 160 voorstellingen en geen sporen van wapens of strijd: een vreedzame samenleving?
Dirk Huyge: We weten uit skeletvondsten uit plusminus dezelfde tijd, circa 12.000 jaar oud, dat er wel degelijk geweld werd gepleegd en dat mensen soms met wapens werden gedood. Misschien gaat het om competitie omwille van voedsel? De tekeningen van Qurta bieden ons echter geen enkel uitsluitsel daarover.
Philip: Duidelijk is dat er heel wat dieren ontbreken die vroeger in deze omgeving geleefd hebben. In de meer dan 160 afbeeldingen van dieren zijn geen olifanten, krokodillen, giraffes, leeuwen of katachtigen te bespeuren. Hoe zou dit komen?
Dirk Huyge: Heel eenvoudigweg wellicht omdat dit soort van dieren op dat moment niet in het natuurlijk milieu van Egypte aanwezig was. We zitten hier aan het eind van een droge periode. Pas een tijd later wordt het behoorlijk vochtiger, ontstaat er een echt savannelandschap langsheen de Nijl en doen olifanten, giraffen en andere “Ethiopische” diersoorten hun intrede.
Philip: Zijn er graven ontdekt in de omgeving of is er nog iets geweten over de mensen die deze afbeeldingen creëerden?
Dirk Huyge: Neen, er zijn wel enkele menselijke resten gevonden bij opgravingen in de jaren 60, maar geen echte graven. In de archeologische sites werden vooral stenen werktuigen en dierenbeenderen aangetroffen. Die wijzen erop dat deze mensen jagers-verzamelaars waren. Belangrijk is ook wel dat bij de opgravingen fragmenten zandsteen werden gevonden waarin lijnen zijn gekerfd. Dat bewijst alleszins dat deze mensen de techniek van het inkerven van zandsteen kenden en dit biedt ons een link naar de tekeningen, die eveneens op zandsteenrotsen zijn uitgevoerd.
Philip: Waren deze gemeenschappen de eerste in Egypte of Nubië die microlithische stenen werktuigen maakten? Kan men ten andere uitmaken welke hardere steensoort gebruikt geweest is om de inkervingen in de kalksteenrotsen te maken?
Dirk Huyge: Tussen 21.000 en 12.000 jaar geleden, ten tijde van het Laat-Paleolithicum, vindt men op verschillende plaatsen in deze regio gemeenschappen die kleine stenen werktuigen gebruikten. Wat ze hanteerden om de rotskunst te maken, weten we niet precies. Het zandsteen is relatief zacht, dus elke hardere steensoort kan zijn gebruikt, bijvoorbeeld kwarts of vuursteen. De lijnen zijn vaak heel scherp gegraveerd, wat alleszins aangeeft dat een erg scherp stenen voorwerp werd gebruikt, misschien een vuurstenen kling.
Philip: Lopen de afbeeldingen gevaar door bijvoorbeeld toerisme en (onbedoeld) vandalisme of omgevingsfactoren?
Dirk Huyge: Ja, het is een mirakel eigenlijk dat de tekeningen nog zo goed bewaard zijn. Slechts enkele afbeeldingen, gelukkig een kleine minderheid, zijn sinds de jaren 60 verdwenen. We kunnen ze wel nog op foto’s uit 1962-1963 zien. In de omgeving van Qurta bevinden zich heel wat steengroeven. We hebben de Egyptische autoriteiten natuurlijk op de hoogte gebracht en we hopen dat de sites nu permanent beschermd worden. Toen we het terrein verlieten in maart laatstleden, was men trouwens al bezig met een huisje voor bewakers te bouwen. Toerisme is voorlopig nog niet mogelijk. Daarvoor zijn de sites veel te kwetsbaar en dat zou een hele infrastructuur vereisen.
Philip: Hoe ziet het verder werk van het team in verband met deze ontdekking eruit?
Dirk Huyge: We hebben intussen een nieuwe financiering van Yale University bekomen voor een missie begin volgend jaar. Ongeveer de helft van de rotskunst moet nog degelijk gedocumenteerd worden aan de hand van fotografie, tekeningen en beschrijvingen. Ook willen we de rotswanden en tekeningen bemonsteren om directe dateringen te kunnen bekomen… Maar het is nog afwachten of dat uiteindelijk zal lukken. De technieken die we gebruiken, zitten immers nog in een experimenteel stadium.
Philip: Is er hoop om nog meer voorstellingen van deze ouderdom – of ouder - terug te vinden?
Dirk Huyge: Hoop is er zeker. We weten nu precies op welk soort plaatsen dit soort van kunst kan teruggevonden worden. Aan de hand van satellietfoto’s en topografische kaarten kunnen we plaatsen opsporen waar een redelijke kans bestaat om nog meer van dit soort tekeningen te vinden. Helaas is er heel veel rots weggehakt in het gebied, maar men weet maar nooit… Ook verdere prospectie staat dus volgend jaar op het programma.
Hartelijk dank voor dit gesprek en heel veel (opgravings-)succes toegewenst van alle leden en bezoekers van Pr Kmt !

Publicaties van Dirk Huyge over de eerdere vondsten te El-Hosh zijn hier te vinden:
http://www.kmkg-mrah.be/newnl/index.asp?id=1188
Medewerkers van het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis te Brussel zijn: Dirk Huyge, Wouter Claes, Anne Lebrun-Nélis, Isabelle Therasse.
Een foto van het (hier onvolledige) team welke aan de onderzoekingen deelnam:


