Weer goed nieuws van het egyptologisch departement van de Karelsuniversiteit in Praag! Het Tsjechische team heeft tijdens opgravingen in het najaar van 2007 in Zuid Aboesir twee rotsgraven en drie mastaba’s met schatgraven blootgelegd. Eén van die laatste graven uit de vijfde dynastie was ongeschonden! Daarom deze vragen aan Dr. Filip Coppens van de Karelsuniversiteit in Praag.
Mag ik u en alle medewerkers van het Tsjechische team dat in Zuid Aboesir werkt uit naam van alle forumbezoekers proficiat wensen met de ontdekking. Fantastisch nieuws. Kunt u voor ons de omstandigheden beschrijven op het eigenlijke moment van de ontdekking? Wat gaat er dan door eens mens heen, oog in oog met een plaats waar gedurende ongeveer 4.400 jaar niemand geweest is?
Filip Coppens: Aan de ene kant is het natuurlijk een overweldigende en unieke ervaring. De Tsjechische ploeg is reeds sinds 1991 aan het werk in de mastaba necropool van Zuid Aboesir, maar dit is het eerste volledig intacte graf dat hier in de afgelopen 16 jaar is aangetroffen. Het komt dus zeker niet al te vaak voor. Als je bovendien tot de vaststelling komt dat de plaasterlaag die tussen het deksel van de sarcofaag en de sarcofaag zelf was aangebracht nog de vingerafdrukken toont van de Egyptische arbeider die meer dan 4000 jaar geleden de plaaster heeft aangebracht, dan lijken die vier millennia ineens heel dichtbij! Aan de andere kant komen natuurlijk ook een hoop praktische problemen en vragen in je op. Hoe nemen we het van hier, wie moeten we contacteren, in welke volgorde zetten we de volgende stappen zodat alles vlot verloopt, maar eveneens zodat we alle mogelijke informatie en documentatie kunnen verkrijgen en er niets verloren gaat. De eerste roes van de ontdekking maakt snel plaats voor de ‘nachtmerrie’ van praktische zorgen – wat niet wegneemt dat het natuurlijk een uitzonderlijke gebeurtenis is om getuige te zijn van de opening van een intacte grafkamer en ongeschonden sarcofaag.
De grafschacht bevond zich onder een mastaba. Is er veel over van de bovenstructuur?
Filip Coppens: Het grootste gedeelte van de mastaba, voorlopig gekend onder de naam ‘OO’, is nog bewaard. De mastaba meet ongeveer 25 bij 18 meter. De kapel, aan de oostzijde van de mastaba, bestaat uit een lange gang en telt vier schijndeuren. Slechts een van de schijndeuren is grotendeels bewaard gebleven en vermeldt de naam Neferinpoe – een heel mooie en toepasselijke naam trouwens: ‘Anubis is perfect/mooi’! Tijdens de opgraving van de mastaba zijn er nog andere fragmenten van de decoratie van de bovenstructuur van de mastaba aangetroffen (onder meer het linteel boven de ingang van de grafkapel en het bovenste gedeelte van de schijndeur van Neferinpoe). De aangetroffen teksten geven aan dat de mastaba was gewijd aan Neferinpoe en enkele van zijn familieleden. Het onderzoek is echter nog aan de gang, dus het laatste woord is hieromtrent zeker nog niet gevallen. In de kern van de mastaba bevonden zich vijf schachten, leidend naar zes grafkamers.
Was de niet geschonden grafkamer dermate goed afgesloten dat deze voor de grafrovers onzichtbaar was? Hoe makkelijk of moeilijk was dit dan te vinden voor het Tsjechische team? Valt ergens uit te maken wanneer deze graven beroofd geweest zijn?
Filip Coppens: De ongeschonden grafkamer bevond zich op de bodem van een schacht, die eveneens toegang verleende tot een tweede grafkamer. De tweede grafkamer is door de grafrovers wel ontdekt en leeggeroofd, en dit meer dan waarschijnlijk reeds in de oudheid. Heel veel graven blijken trouwens vrij snel na de begrafenis te zijn leeggeroofd, en we vermoeden dat dit ook het lot is geweest van deze mastaba. Algemeen bevond er zich slechts een enkele grafkamer op de bodem van zulk een schacht, dus vermoedelijk hebben de grafrovers, gehaast en met het risico ontdekt te worden(?), na het leeghalen van de eerste grafkamer niet de moeite genomen om verder te zoeken. Het bestaan van deze grafkamer was echter duidelijk te zien in de zijwand van de schacht, toen we uiteindelijk op de bodem ervan waren aanbeland eind oktober 2007.
Bevonden er zich canopenvazen in het graf? Welke zijn de grafgiften en in welke staat bevinden zij zich?
Filip Coppens: De vier canopen zijn intact bewaard en bevonden zich oorspronkelijk in een houten kist, waarvan nog enkele resten zijn teruggevonden. Tegen de langszijde van het graf waren een tiental goed bewaarde en nog afgesloten ‘beer-jars’ (bierkruiken) geplaatst. Een 80-tal miniatuur ‘vessels’ (containers, vaasjes, schaaltjes) in kalksteen bevonden zich in de onmiddellijke omgeving van de bierkruiken, maar ook gedeeltelijk verspreid over de grafkamer. Nabij het hoofd van de sarcofaag zijn tenslotte ook enkele dierenbeenderen aangetroffen. De sarcofaag zelf bevatte naast het lichaam van de overledene tevens een lange houten staf, een houten hoofdsteun en een calcieten vaasje, dat mogelijk ooit parfum bevatte. De overledene droeg een halssieraad vervaardigt uit kralen.
Zijn er teksten teruggevonden die onder meer de naam van de grafeigenaar vrijgeven?
Filip Coppens: De resten van de houten kist, waarin zich de canopenvazen bevonden, draagt de naam van Neferinpoe, wiens schijndeur we in de kapel van de mastaba eveneens hebben aangetroffen. We weten intussen ook dat Neferinpoe werkzaam was als priester in de vijfde dynastie tijdens de regeringen van Neferirkare en Nioesere (en dus ongetwijfeld ook tijdens de korte regering van Raneferef).
In de mastaba waren ook andere grafschachten aanwezig. Is er daar nog iets teruggevonden?
Filip Coppens: Alle schachten en grafkamers zijn intussen opgegraven. De vier andere grafkamers waren leeggeroofd en slechts het lichaam van de overledene is teruggevonden. Tijdens de opgraving van de schachten zijn wel enkele fragmenten van de decoratie van de bovenstructuur van de mastaba (oa resten van de schijndeuren) aan het licht gekomen. De vijf andere overledenen, begraven in deze mastaba, blijven voorlopig ongeïdentificeerd.
Is er uit de architectuur van de mastaba, het aantal grafschachten en hun structuur, en de overgebleven grafgiften iets uit te maken over de onderliggende relatie van de grafeigenaars en hun status, ook die van de eigenaar van het ongeschonden graf?
Filip Coppens: Het antropologisch onderzoek zal in de loop van de volgende weken wel al enig uitsluitsel brengen omtrent de relatie tussen de verschillende grafeigenaars, maar voorlopig is het nog even afwachten. Aangezien slechts in het graf van Neferinpoe enige giften zijn aangetroffen, is het onmogelijk een vergelijking te trekken met de andere graven, waar slechts het lichaam van de overledene zich bevond. Onderzoek van de bovenstructuur van de mastaba, dat nog niet volledig is afgesloten, heeft wel aangetoond dat er twee fazen in de constructie en het gebruik van het graf te onderscheiden zijn – maar alleen verder onderzoek ter plaatse zal hier meer uitsluitsel brengen.
Er komt wellicht een heel team van specialisten aan te pas bij een dergelijke ontdekking. Kunt u beschrijven wie er allemaal bij komt kijken?
Filip Coppens: Het team in Aboesir Zuid bestaat eigenlijk uit zeer weinig ‘echte’ egyptologen en archeologen, eerder een veelvoud van specialisten. We waren er ditmaal met drie ‘veldwerkers’ (egyptologen en/of archeologen: Mirek Barta, Hanka Vymazalova en ikzelf – en gewoonlijk nog Breta Vachala, maar die was ditmaal niet van de partij), en verder een antropologe, twee restaurateurs, een of twee bouwkundige ingenieurs, een geoinformaticus, enkele geofysici (o.a. voor weerstandsmetingen, magnetometingen of grondradar, enz.), een of meerdere tekenaars/tekenaressen, een aardewerkspecialiste, een fotograaf en zo meer. Ieder heeft zijn eigen specialiteit en eigen taak. De tijd dat een team voornamelijk uit egyptologen en archeologen bestond is al lang verleden tijd, egyptologen vormen trouwens een absolute minderheid binnen de ploeg. Het is nu allemaal specialistenwerk, maar zodoende krijg je wel de beste resultaten vanuit zoveel mogelijk onderscheiden invalshoeken.
Het brengt ook heel wat mensen samen uit heel verschillende achtergronden. De geofysici en ingenieurs houden zich bijvoorbeeld 11 maanden per jaar bezig in Tsjechië met de bouw en voorbereiding van tunnels, autostrades en dergelijke meer, maar gedurende een maand komen ze ons bijstaan in Egypte. Een groot deel van hun onkosten en de kosten van het werk wordt trouwens gedragen door de firma zelf, die ons op deze manier sponsort. De ‘private sponsor’ speelt trouwens een belangrijke rol in het werk in Zuid–Aboesir. Het grootste gedeelte van het werk wordt bekostigd via een project van het Tsjechisch ministerie van onderwijs, maar hiernaast hebben we de steun van een aantal firma’s die voor een ‘prijsje’ enkele specialisten ter beschikking stellen (zoals de ingenieurs), en eveneens enkele managers van Tsjechische firma’s die jaarlijks geheel vrijblijvend een mooie som schenken voor het opgravingswerk.
Vallen de werkomstandigheden mee bij het onderzoek in die schachten en graven?
Filip Coppens: Het is een aangename verandering na enkele maanden bureauwerk in Praag... Om heel even een ‘dramatisch’ beeld te schetsen: je bevindt je een tiental meter onder de grond in een uitermate kleine ruimte. Het is er heet en vochtig en na enkele minuten begin je te zweten zoals nooit voorheen, terwijl je door zand en stof kruipt. Gelukkig bestaan er geen foto’s genomen op het ogenblik dat we terug bovengronds verschijnen, we zien er dan wel echt uit alsof we uit de onderwereld komen! Je mag zeker geen claustrofobie hebben en af en toe niet nadenken over het feit dat als er iets instort of misgaat, de kans dat je er op tijd uitkomt bijzonder klein is. Het is natuurlijk altijd even wennen want uiteindelijk zit je in een heel beperkte ruimte met een hoop mensen – en dan is het wel essentieel om een goede (werk-)relatie te hebben. Het is telkens weer een ongelooflijke en unieke ervaring om enkele uren in een schacht of grafkamer te mogen doorbrengen en te werken – en op zo’n ogenblik vergeet je vaak dat er nog een wereld buiten (boven?) bestaat.
De opgraving van de schacht zelf is het werk van een enkele arbeider. Een schacht meet meestal slechts een meter bij een meter, dus veel meer plaats is er niet. Dit zijn arbeiders die vaak al meer dan tien jaar met ons samenwerken en het terrein door en door kennen. Een iemand van de ploeg is echter steeds ter plaatse. Zodra de toegang tot de grafkamer is bereikt deelt de arbeider de schacht met een van onze archeologen, in principe Mirek Barta, Vlada Bruna of ikzelf, en met een van onze twee ‘reisen’ (opzichters). Deze drie personen (arbeider, reis en archeoloog) zijn de eersten die de grafkamer te zien krijgen, waarna er overlegd wordt gepleegd met andere ploegleden en afhankelijk van de situatie de volgende stappen worden uitgezet zodat er niets verloren gaat en we zoveel mogelijk informatie kunnen verkrijgen. In eerste instantie wordt de grafkamer gefotografeerd en opgetekend vooraleer er ook maar iets van de giften wordt aangeraakt. De ‘beer jars’, canopen, en miniatuur ‘vessels’ worden nadien verwijderd, getekend en gefotografeerd, vooraleer de sarcofaag zelf wordt geopend – in het gezelschap van de restaurateur en antropologe.
Hoe worden de voorwerpen die zich in het graf bevonden geconsolideerd? Is het mogelijk de voorwerpen en ook de mummie in goeie staat te verplaatsen en te bewaren? Wat gebeurt er verder met de tombe?
Filip Coppens: De objecten die in de grafkamer worden aangetroffen komen eerst in handen van onze restaurateur, Martin Dvorak, die al een tiental jaar met ons samenwerkt in Egypte. Hij controleert elk object en voert, indien nodig, de nodige consolidatie uit. Nadien worden de objecten gecatalogiseerd, opgemeten, getekend en gefotografeerd. Een aantal objecten belandt in ons magazijn, waar ze nadien verder bestudeerd kunnen worden. Belangrijke vondsten komen terecht in de magazijnen van het SCA (oudheidkundige dienst van Egypte) of soms zelf in de Egyptische musea (Cairo of Saqqara).
Bij het openen van een sarcofaag of coffin is in principe altijd onze antropologe, Martina Zaloudkova, ter plaatse om onmiddellijk de nodige vaststellingen te doen en eveneens de nodige maatregelen te treffen voor het behoud van de mummie en een zorgvuldige behandeling van de resten. De mummie van de overledene wordt, indien mogelijk, terug bijgezet in zijn grafkamer – nadat een gedetailleerd antropologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. De grafkamer wordt vervolgens opnieuw gedicht en de schacht volledig opgevuld en bovenaan afgesloten. Afhankelijk van het graf gebeurt dit met een ijzeren deur of beton. En de bovenstructuur van de mastaba verdwijnt uiteindelijk opnieuw onder het zand.
Was dit een nooit eerder onderzochte of vermelde mastaba? Zijn er in Zuid Aboesir nog grote gedeeltes niet onderzocht?
Filip Coppens: Zuid Aboesir is voor het grootste gedeelte nog onontgonnen terrein. Uiteindelijk is de Tsjechische ploeg slechts sinds 1991 hier aan het werk, en voordien hebben slechts heel sporadisch opgravingen plaatsgevonden in dit gebied net ten noorden van de dierennecropolen van Noord-Saqqara. Er is trouwens nog werk voor enkele generaties egyptologen in Zuid–Aboesir, er liggen nog tientallen mastaba’s begraven onder het zand. Met behulp van enkele geofysici proberen we de laatste jaren een beter inzicht te krijgen in wat er zich in Zuid Aboesir nog allemaal onder het zand bevindt, en eveneens om zones te bepalen waar we de volgende jaren actief zullen zijn.
De mastaba van Neferinpoe was nooit voorheen onderzocht, maar wel gekend – althans door de leden van de Tsjechische ploeg. De mastaba bevindt zich in de zone waar we al meer dan tien jaar actief zijn, in de onmiddellijke omgeving van het graf van de vizier Qar en zijn vier zonen (vizier Inti, en zijn broers Qar Junior, Tjenti en Senedjemib) en enkele kleinzonen, dus men wist al lang van het bestaan van deze mastaba (en de rotsgraven en andere mastaba’s die dit jaar aan het licht zijn gekomen), het was een kwestie van tijd (en geld) vooraleer we met de opgraving konden beginnen. In het voorjaar van 2006 hadden we bovendien de kapel met schijndeuren van mastaba ‘OO’ reeds opgegraven.
De best gekende mastaba die in Zuid-Aboesir aan het licht is gekomen behoort toe aan Fetekti en dateert van het einde van de vijfde dynastie. De mastaba was reeds in 1842-1843 door Richard Lepsius ontdekt. De wanden van het graf waren rijkelijk gedecoreerd met prachtige en monumentale scènes uit het dagelijkse leven (jacht in de woestijn, een oud Egyptische markt, reizen per boot, productie van wijn, ...), en enkele scènes zijn ook gekopieerd door de ploeg van Lepsius. Nadien is de mastaba in de vergetelheid geraakt en pas in 1991 herontdekt door de Tsjechische ploeg. De prachtige taferelen die Lepsius heeft gekopieerd waren in de tussentijd echter grotendeels vernield. Na de doortocht van Lepsius is het graf blijkbaar lange tijd blootgesteld geweest aan weer en wind met als desastreus gevolgd dat van de wanddecoratie (schilderingen op witte plaaster) heden nog slechts fragmenten overblijven.
Een eerste boek met de werkzaamheden van de Tsjechische ploeg in Zuid Aboesir (periode 1991–2000) is intussen verschenen: M. Barta e.a., Abusir V. The Cemeteries at Abusir South I, Praag 2001. In de loop van dit jaar verschijnt een tweede deel: M. Barta – B. Vachala e.a., Abusir XIII. The Tomb Complex of the Vizier Qar and his Sons.
Bedankt voor de medewerking!
Alle leden van Pr Kmt wensen jou en het hele Tsjechische team heel veel succes bij jullie komende werkzaamheden.
Filip Coppens: Bedankt voor de interesse, en tevens een gelukkig en voorspoedig 2008 voor alle leden en bezoekers van het Pr Kmt forum. En wat de volgende activiteiten betreft van de Tsjechische ploeg: deze lente (midden februari – eind april) gaan de werkzaamheden door in het noorden van Aboesir, in de piramiden necropool, en meer bepaald in de mastaba van Werkaure (onder leiding van Jaromir Krejci). In het najaar van 2008 wordt er verder gewerkt in het Late Tijd schachtgraf van Menekhibnekau (olv Ladislav Bares), en in het voorjaar van 2009 is het terug tijd voor de werkzaamheden in Zuid Aboesir. Wordt dus zeker nog vervolgd...


