Jacobus van Dijk - interview over de Moet tempel, Karnak

Moderator: yuti

Jacobus van Dijk - interview over de Moet tempel, Karnak

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Za Okt 17, 2015 6:38 pm

Het is me een eer en genoegen enkele vragen te kunnen stellen over de Moet tempel in Karnak aan dr. Jacobus van Dijk.

Moet tempel, kijkend in noordelijke richting. De Xde pyloon van de Amontempel links in de verte.
Afbeelding

Hoe bent u betrokken bij het onderzoek in het Moet complex, ten zuiden van de Amontempel van Karnak?
Jacobus van Dijk: In de eerste plaats als epigraaf en filoloog, verantwoordelijk voor het kopiëren en interpreteren van de inscripties. Op de nog overeind staande gebouwen in het tempeldomein van Moet is het aantal teksten beperkt, maar bij de opgravingen komen voortdurend fragmenten en soms hele blokken tevoorschijn, dus meestal is er werk genoeg. Daarnaast houd ik het dagelijks register van de vondsten bij, ook die niet beschreven zijn. Maar ons team is maar klein, dus je doet op zo’n opgraving eigenlijk alles wat voor handen komt. Het is een project van het Brooklyn Museum o.l.v. Richard Fazzini dat al vanaf de jaren ’70 loopt. Begin jaren ’80 raakte mijn leermeester, Prof. Herman te Velde, bij het project betrokken als specialist in de Egyptische religie en in 1986 kwam ik erbij, in de eerste instantie om de Ptolemaeische teksten op de Eerste Pyloon te kopiëren. Ik kwam vanaf die tijd vrijwel ieder jaar voor korte tijd naar Moet, halverwege of na afloop van het seizoen in Sakkara. Toen de EES zich eind jaren ’90 uit dat project terugtrok kwam ook aan mijn deelname bij de opgraving in Sakkara een eind en ben ik voltijds overgestapt naar Moet.

Onder wiens regering werd daar voor het eerst gebouwd op de plaats waar nu het Moet-complex te vinden is? Als ik ervan mag uitgaan dat de Moet tempel gebouwd werd in het Nieuwe Rijk, waarom bouwde men dan pas een heiligdom voor Moet in Karnak?
Jacobus van Dijk: Dat is een van de hoofdvragen van het onderzoek, dat zich vooral op de bouwgeschiedenis richt. De oudste delen van de tempel zijn voor zover wij kunnen vaststellen uit de tijd van Hatsjepsoet, maar het ligt voor de hand dat er daarvoor al iets was, vermoedelijk in elk geval in het Middenrijk en misschien al eerder. De situatie is wat dat betreft vergelijkbaar met die in de Amon-tempel, waar natuurlijk wel restanten van de tempel uit het Middenrijk bewaard zijn gebleven. Maar het merkwaardige is dat de godin Moet eigenlijk ook pas in de tijd van Hatsjepsoet prominent wordt. Het is onzeker of de godin die in de veronderstelde tempel uit het Middenrijk werd vereerd ook al Moet heette, of misschien Bastet of Sachmet of nog anders. Hatsjepsoet lijkt de cultus van de moedergodin Moet als metgezellin van Amon en als godin van het koningschap die de koning kroont gepropageerd te hebben. Het is verleidelijk te speculeren dat dat met haar eigen bijzondere rol als vrouwelijke farao te maken heeft, maar zeker weten doen we dat niet.

Het Heilig Meer van de Moet tempel.
Afbeelding

Is het Heilig Meer bij de Moet tempel een kunstmatig meer?
Jacobus van Dijk: Ook dat weten we niet zeker. Vanaf het Nieuwe Rijk wel, denk ik, maar het kan zijn dat er ooit een natuurlijk meer of een bocht in de Nijl of iets dergelijk was en dat men daarom de tempel op die plaats gebouwd heeft. In elk geval leggen de teksten wel een verband tussen het water van het Isjeroe-meer en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. Op de enige voorstelling van het meer die we uit het Oude Egypte zelf hebben (in het graf van Chabechnet in Deir el-Medina) lijkt er een kanaal te lopen vanuit het middenste deel van het hoefijzervormige meer. Helaas laat de afbeelding niet zien waar dat kanaal heen voert, maar het zou in verbinding met de Nijl kunnen staan zodat ook het meer tijdens de Nijloverstroming vol liep. Bij opgravingen aan de zuidkant van het meer door de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore o.l.v. Betsy Bryan, die sinds 2001 een deel van onze concessie hebben overgenomen, is tot nu toe overigens geen spoor van een dergelijk kanaal ontdekt.

Kijkend naar het oosten vanuit het barkstation van Hatsjepsoet naar de Kamoetef tempel, allebei ten noorden van de omheining van de Moet tempel. De sfinxenlaan tussen Moet tempel en de Xde pyloon van de Amontempel loopt van links naar rechts op de foto.
Afbeelding

Hatsjepsoet bouwde een pyloon (nu de VIIIste) dichtbij de Amontempel in de richting van de Moet-tempel. En een barkstation, nu net voor de latere omheiningmuur van het Moet-domein, evenals daar een tempel voor Kamoetef. Vanwaar deze grotere aandacht? Waarom bevinden zich twee ruimtes na elkaar in dat barkstation van Hatsjepsoet? Wat was de betekenis van die tempel van Kamoetef?
Jacobus van Dijk: Om te beginnen moet ik zeggen dat het barkstation en de Kamoetef-tempel niet binnen onze concessie vallen en dat wij er zelf geen opgravingen of ander onderzoek hebben uitgevoerd. Ze zijn in de vorige eeuw opgegraven over een lange periode die uiteindelijk werd besloten met de opgraving van het Zwitsers Instituut o.l.v. Herbert Ricke, die de resultaten in de jaren ’50 heeft gepubliceerd. De twee gebouwen staan direct met elkaar in verband en zijn beide gesticht door Hatsjepsoet en Toethmosis III. Kamoetef, of beter gezegd Amon-Kamoetef, is een vruchtbaarheidsgod die op dezelfde wijze wordt afgebeeld als de god Min, dus ithyphallisch. Hij vormt als het ware een tussenstadium tussen Amon van Karnak, zijn hoofdtempel, en Amon-em-Opet, Amon van de tempel van Luxor, waar Amon en met hem de koning jaarlijks worden herboren en van nieuwe krachten voorzien. Daarbij speelt uiteraard de godin Moet een hoofdrol als moeder van de koning en als godin van het koningschap. Als Amon-Kamoetef (“Stier van zijn Moeder”) verwekt Amon zichzelf bij zijn eigen moeder. In Karnak is hij de grote “Koning der Goden”, de vader die oud wordt en zichzelf jaarlijks moet hernieuwen; misschien vond de conceptie plaats in de Kamoetef-tempel of wellicht in de tempel van Moet zelf. In Luxor wordt hij dan opnieuw geboren als de jonge Amon (die dan ook Chonsoe genoemd kan worden). De tempel van Luxor is Amon’s Opet, het besloten vrouwenverblijf van het paleis waar de koningskinderen werden geboren en opgevoed. Bij de jaarlijkse processie van Amon van Karnak naar Luxor maakte hij dus een tussenstop in de Kamoetef-tempel. Helaas is er van deze tempel en het tegenoverliggende barkstation bitter weinig overgebleven, dus we weten niet veel van de rituelen die hier werden voltrokken, maar ongetwijfeld hebben die te maken met dit ‘heilig huwelijk’ van Amon en Moet. Het barkstation was vermoedelijk de plaats waar de processieboot van Amon op weg van Karnak naar Luxor tijdelijk werd gestald tijdens de rituelen in de Kamoetef-tempel. Het was waarschijnlijk het eerste (of tweede?) van de zes barkstations die Hatsjepsoet langs de processieweg van Karnak naar Luxor liet bouwen. De laatste is die bij de tempel van Luxor die later grondig is verbouwd door Ramses II en die nu tegen de binnenkant van de westelijke vleugel van de pyloon van Luxor ligt. Dat het barkstation bij de Kamoetef-tempel twee achter elkaar gelegen barkruimtes heeft hangt samen met de locatie van het gebouw: de bark van Amon die vanuit Karnak naar de Kamoetef-tempel is gekomen wordt in de meest westelijke ruimte geparkeerd, die van Moet komt uit haar tempel en wordt in de oostelijke barkkapel gezet, waarna ze samen via een uitgang in de westmuur het barkstation verlaten en naar Luxor verder reizen.

Ricke Herbert, Das Kamutef-Heiligtum Hatschepsuts und Thutmoses' III in Karnak: Bericht über eine Ausgrabung vor dem Muttempelbezirk, Beiträge zur ägyptischen Bauforschung und Altertumskunde 3,2, Kairo 1954
Afbeelding

Heb ik het juist voor dat de processie met de Heilige Bark(en) via deze processieweg vanaf de Amon tempel eerst tot bij Moet ging en daarna naar de tempel van Luxor? Waarom dan een sfinxenlaan vanaf Chonsoe tempel naar het zuiden? Is het mogelijk dat op die kruising tussen de Chonsoe sfinxenlaan en de sfinxenlaan die vanaf Moet naar het westen loopt, ook een haven geweest is?
Jacobus van Dijk: De processiewegen tussen de verschillende tempels in Thebe zijn niet altijd dezelfde geweest. Zoals gezegd ging de processie in de tijd van Hatsjepsoet via de reeks pylonen op de noord-zuid as van het Amon-complex naar de tempel van Amon-Kamoetef en vervolgens naar Moet. Van daaruit gingen ze dan westwaarts, waar de processieboot van Chonsoe zich vermoedelijk bij hen aansloot (zoals in elk geval later in de 18e dynastie het geval was), en dan gingen de drie goden die de triade van Thebe vormden gezamenlijk naar Luxor. Maar in latere tijden kan de route deels anders gelopen hebben. We weten dat bij het Opet-feest soms ook per schip over de Nijl naar Luxor werd gevaren. In de tijd van Taharqa, toen de huidige grote omwalling met de Ptolemaeische poort er nog niet was lijkt men het Moet-domein via een poort op het westen verlaten te hebben. Er is wat dat betreft nog heel veel te onderzoeken.

Samengestelde panoramafoto: links de laan die van Chonsoe tempel komt, rechtdoor de sfinxenlaan naar Moet tempel en rechts de laan naar Luxor tempel.
Afbeelding

Is het heiligdom dat zich in de noordoostelijke hoek binnen de Nectanebo ommuring van het Moet complex bevindt een mammisi (geboortehuis)?
Jacobus van Dijk: Vrijwel zeker is dat inderdaad het geval, zij het pas vanaf de 25e dynastie. Deze tempel (‘Tempel A’, zoals hij wordt aangeduid) werd gebouwd door Ramses II (er is een bouwinscriptie uit diens 37e jaar) en was in de eerste plaats gewijd aan de koningscultus. Deze tempel lag toen nog niet binnen de omwalling van het Moet-domein, dat toen nog veel kleiner was dan later. Uit niets blijkt dat deze tempel een speciale connectie met Moet had, hoewel het voor de hand ligt te denken dat hij daar ligt vanwege de processieweg van Karnak via Moet naar Luxor. Tijdens de Koesjitische en Saïtische tijd is de tempel grondig verbouwd tot een tempel gewijd aan de geboorte van het goddelijk kind en ook in de Ptolemaeëntijd functioneerde hij nog als zodanig. De spaarzame nog resterende reliëfdecoratie heeft ook betrekking op de geboorterituelen van het goddelijk kind (Chonsoe-pa-chered), waaronder de fameuze scène waarin de besnijdenis van het kind en zijn Ka wordt afgebeeld. De ligging van de tempel komt overeen met die van de Ptolemaeische mammisi’s bij de tempels van bijv. Edfoe en Dendera, dus het is denk ik juist deze tempel als een mammisi te beschouwen.
Overigens, nu de omwalling ter sprake is gekomen, het is niet zeker dat deze door Nectanebo is opgetrokken. De sfinxen die de weg van de Moet-tempel naar Luxor flankeren zijn weliswaar van Nectanebo I, maar we weten niet wie de omwalling heeft gebouwd. De grote toegangspoort op het noorden is gebouwd door Ptolemaeus II en latere Ptolemaeën, dus het zou kunnen dat die ook de omwalling hebben opgetrokken, maar we weten het gewoon niet.

Tempel A, zicht van op de ommuring van de Moet tempel, kijkend naar het zuiden.
Afbeelding

Komen de bekende Sachmet beelden van Amenhotep III uit deze tempel of uit zijn Dodentempel op de Westoever van Thebe? Is er een schatting van hoeveel beelden Amenhotep III liet maken voor Sachmet en is er een speciale reden waarom hij dat deed?
Jacobus van Dijk: Opnieuw bekende en intrigerende vragen, maar helaas kunnen we ook deze niet definitief beantwoorden. Er is wel gesuggereerd dat alle Sachmet-beelden oorspronkelijk van de Westoever afkomstig zijn en dat ze pas in de Derde Tussenperiode naar Moet versleept zijn. Sommige beelden zijn geüsurpeerd door farao’s uit die tijd, met name Pinodjem I en Sjosjenk I, maar er zijn ook beelden met inscripties van Ramses II en IV. Het kan natuurlijk zijn dat die al op de Westoever geüsurpeerd waren, maar het lijkt toch meer voor de hand te liggen dat de beelden in de tijd van Amenhotep III zelf in de Moet-tempel zijn geplaatst. Anderzijds is het wel opvallend dat de godin op deze beelden nooit Moet wordt genoemd, maar altijd Sachmet, wat natuurlijk niet voor de hand ligt als de beelden oorspronkelijk voor de tempel van Moet waren bestemd. Merkwaardig genoeg gaat het bij de beelden hier in overgrote meerderheid om zittende beelden, terwijl er onder de Sachmet-beelden in de dodentempel van Amenhotep III achter de kolossen van Memnon tevoorschijn zijn gekomen ook veel staande beelden zijn. Hoeveel er oorspronkelijk geweest zijn is evenmin bekend, maar dat het om honderden gaat is duidelijk. Jean Yoyotte heeft ooit voorgesteld dat er één zittende en één staande voor iedere dag van het jaar was en dat de beelden samen een ‘monumentale litanie van graniet’ zouden vormen, vergelijkbaar met de geschreven litanieën voor Sachmet die we uit sommige Ptolemaeische tempels kennen. Inderdaad heeft Sachmet op ieder beeld een ander epitheton, maar verdere bewijzen voor Yoyotte’s these zijn er nog niet.

Slechts enkele van de vele Sachmet beelden die te zien zijn in de tempel van Moet.
Afbeelding

Mogelijk werden de sfinxen van Amenhotep IV bij zijn tempel ten oosten van Karnak door Toetanchamon tussen de Amontempel en de Moet tempel geplaatst (en geüsurpeerd door Eje en Horemheb). Geen andere activiteit uit de Amarna periode en daarna in het Moet-complex zelf te bespeuren? Behalve misschien de verwijdering en latere herstelling van de naam Amon?
Jacobus van Dijk: Bij de onderzoekingen van het team van Betsy Bryan in de funderingen van de tempel zijn wel enkele blokken uit de Amarna-periode opgedoken en ook elders op de site zijn enkele verspreide fragmenten uit die tijd gevonden, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat Amenhotep IV zelf aan de Moet-tempel heeft gebouwd, ook niet in de tijd voordat hij zijn naam veranderde in Achnaton. Het materiaal lijkt vooral afkomstig uit het grote Aton-complex ten oosten van de Amon-tempel en is door latere farao’s als bouwmateriaal gebruikt. Zo ontdekten wij enkele jaren geleden een groot rood-granieten blok dat als drempel dienst deed in de door Ramses II gebouwde Eerste Pyloon van Tempel A, maar dat toen we het omdraaiden het voetstuk van een beeld van Nefertiti en de beide oudste dochters bleek te zijn. Er zijn wel enkele blokken van Toetanchamon, Eje en Horemheb, en die hebben in het kader van de restauratie na Amarna waarschijnlijk inderdaad aan de Moet-tempel bijgedragen, al blijft onduidelijk wat en waar precies.

De sfinxenlaan tussen de Xde pyloon van de Amontempel en de tempel van Moet, in de verte.
Afbeelding

Hoe gaat het verder met het Moet complex? Wat zijn de belangrijkste bouwfasen?
Jacobus van Dijk: Dat is een lang en ingewikkeld verhaal. De tempel is aanzienlijk uitgebreid onder de Koesjieten, met name Taharqa, en hun opvolgers. Hoofdverantwoordelijk voor de bouw was de welbekende gouverneur van Opper-Egypte en burgemeester van Thebe, Montoeemhat, die niet naliet zijn eigen naam ruimschoots te laten vereeuwigen in de tempel. Later is het complex nog verder uitgebreid door de Ptolemaeën, met name Ptolemaeus VI en VIII, die ook een kleine tempel in het noordwestelijk deel van het domein hebben opgericht. De functie daarvan is nog niet helemaal duidelijk, maar in elk geval is zeker dat het niet om een barkstation gaat, zoals men nog al eens kan lezen. Waarschijnlijk was deze kapel (‘Chapel D’) deels gewijd aan de vooroudercultus van het Ptolemaeische koningshuis. Daarnaast werd er een speciale vorm van de godin Moet vereerd die naar het schijnt met name door (jonge) vrouwen werd aangeroepen.

Chapel D.
Afbeelding

Tot wanneer is het Moet complex in gebruik? Hebben de Romeinse keizers daar sporen nagelaten?
Jacobus van Dijk: In de tijd van Augustus en Tiberius werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de grote omwalling die door een uitzonderlijk hoge Nijloverstroming beschadigd was geraakt. Later in de Romeinse tijd was er veel activiteit in de tempel, maar we hebben de indruk dat dat vooral commerciële activiteit was. In het noordelijk deel van het tempeldomein, tussen de omwalling en de tempel van Moet, hebben we veel huizen en werkplaatsen gevonden, grotendeels uit de 2e eeuw van onze jaartelling. Het lijkt niet waarschijnlijk dat de cultus in die tijd nog in stand gehouden werd, maar wanneer precies daaraan een eind is gekomen weten we niet. In elk geval dus veel eerder dan die op Philae, de laatste tempel die nog in de 4e eeuw als zodanig dienst deed. Het is opvallend dat er tot dusver in de tempels binnen het Moet-domein geen reliëfs of inscripties zijn gevonden met cartouches van Romeinse keizers.

De grote ommuring strekt zich een heel stuk verder uit naar het zuiden, voorbij het Heilig Meer. In welke mate is dat gebied onderzocht?
Jacobus van Dijk: Dat is het terrein van onze collega’s uit Baltimore, die daar al veel werk hebben verzet, al is het grootste deel van dit grote gebied nog onontgonnen. Tot dusver zijn vooral huizen, graanopslagplaatsen, bakkerijen etc. aangetroffen uit de 17e en 18e dynastie en uit de Derde Tussenperiode en daarna.

Regelmatig kwam het Moet complex in het nieuws wegens opvallende vondsten. Wat zijn volgens u de meest significante?
Jacobus van Dijk: Moeilijke vraag! Opvallende vondsten, in de zin dat ze de krant of het internet hebben gehaald, waren bijv. een bijna levensgroot beeld van Koningin Teje, echtgenote van Amenhotep III, gevonden door het team van Betsy Bryan, en een vrijwel intacte, met bladgoud beslagen bovendorpel van een kleine kapel uit de Ptolemaeëntijd, vermoedelijk afkomstig uit de mammisi (Tempel A), waarop o.a. vijf kindgoden zijn afgebeeld. En ook de al genoemde vondst van het voetstuk van een beeld van Nefertiti was heel bijzonder. Maar minstens zo belangrijk zijn ontdekkingen als een processieweg van Tempel A naar een poort van Taharqa in de toenmalige westelijke muur van het Moet-domein, of de ‘nieuwe’ vorm van de godin Moet die in Kapel D werd vereerd en van wie tot dusver geen enkele afbeelding bekend was.

Het Moet-complex is nu opengesteld voor het toerisme. Een goeie zaak? En om alle verwarring te vermijden of dit nu al of niet in de entreeprijs zit van de Amontempel, zou er binnenkort een speciaal ticketje voor te krijgen zijn, van 40 EP dacht ik.
Jacobus van Dijk: Het is goed dat nu meer mensen het Moet-complex kunnen bezoeken. Om grote horden zoals in Karnak zal het wel nooit gaan, het is meer iets voor fijnproevers. Over ticketverkoop weet ik eerlijk gezegd niets; dat is geheel in handen van het Ministerie van Oudheden, dat uiteraard ook verantwoordelijk is voor het besluit het domein voor bezoekers open te stellen.

Een boek, exclusief over het Moetcomplex, is er – voor zover ik weet – niet. Wat kunt u ons aanbevelen als lectuur?
Jacobus van Dijk: Zo’n boek bestaat inderdaad nog niet. Behalve de websites van het Brooklyn Museum (*) en de Johns Hopkins University Baltimore (**), waarop ook literatuur kan worden gevonden, heb ik zelf twee Nederlandstalige artikelen geschreven die een overzicht bieden, nl. ‘Over de tempel en de cultus van de Egyptische godin Moet’, in J. van Dijk (red.), Onder Orchideeën. Nieuwe Oogst uit de Tuin der Geesteswetenschappen te Groningen (Groningen 2010), 63–76, en ‘Het tempeldomein van de Egyptische godin Moet in Karnak’, in O.E. Kaper en J.G. Dercksen (red.), Waar de geschiedenis begon. Nederlandse onderzoekers in de ban van spijkerschrift, hërogliefen en aardewerk (Leiden 2014), 302–315. Beide kunnen worden gedownload van http://www.jacobusvandijk.nl/publications.html .

(*) https://www.brooklynmuseum.org/features/mut .

(**) http://pages.jh.edu/~egypttoday/ .

Meer links: http://www.jacobusvandijk.nl/links.html .

Google Earth opname van Moet tempel en het Heilig Meer. Met aanduiding van de sfinxenlanen, het barkstation van Hatsjepsoet, de Kamoetef tempel, Chapel D en Tempel A.
Afbeelding
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6190
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Terug naar Egyptologen en archeologen

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron