Shoshenq, hogepriester van Ptah

Moderator: yuti

Shoshenq, hogepriester van Ptah

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Za Jan 05, 2008 8:58 pm

Hogepriester Shoshenq, zijn vroege cippus en zijn gouden attributen.

De oudste zoon van Osorkon II heette Shoshenq en was hogepriester van Ptah in Memphis. Hij werd benoemd na een lange lijn elkaar opvolgende familieleden in dit ambt. Hogepriester Shoshenq werd bij zijn dood opgevolgd door zijn zoon Takeloth.

In ‘The Third Intermediate Period’ van Kenneth Kitchen staat p.101 zijn volledige titel:
‘Also from there [Serapeum], a statue inscribed for Shoshenq calls him explicitly: “Great Chief Prince of His Majesty, High Priest and Sem of Ptah, Shoshenq justified, great King’s Son of the Lord of the Two Lands, Usimare Setepenamun, Son of Re, Lord of Epiphanies, Osorkon Meryamun Si-Bast, his mother being Karoma.”’

Volgens onder meer ‘The complete royal families’ van Dodson & Hilton heeft hogepriester Shoshenq de begrafenis verzorgd van de Apis-stier XXVII in het 23ste regeringsjaar van zijn vader. (p.222)

Wat is de bron hiervoor?

Aidan Dodson vermeldt in ‘Bult Cults’ (artikel in ‘Divine Creatures’ (2005), Salima Ikram) p.83 een in het Serapeum teruggevonden stèle uit het regeringsjaar 23 van Osorkon II over de Apis-stier XXVII.

Zou deze stèle de bron kunnen zijn?

Kenneth Kitchen zegt echter in ‘The Third Intermediate Period’ p.101 § 81 in voetnoot 77, dat er op een stèle IM. 3090 – althans voor zover nog bewaard schrijft hij er bij – geen melding gemaakt wordt van hogepriester Shoshenq.
“… high priest Shoshenq D is known from his tomb and burial, a scarab (naming his mother Karama), and reputedly from an Apis-burial at the Serapeum of Year 23 of his father Osorkon.”

Maar op p.325 § 286 verwijst Kenneth Kitchen naar de begrafenis van een Apis-stier in het jaar 23 van Osorkon II waarbij hogepiester Shoshenq betrokken was, zodoende vermeld op de stèle van de koninklijke schrijver Amenemope.

Twee stèles?
De eerste keer - § 81 voetnoot 77 - vermeldt Kitchen: To Year 23 of Osorkon II belongs Serapeum stela IM. 3090 (cf. Vercoutter, MDIK 16 (1958), 340, n.16), published by Malinine, Posener, Vercoutter, Catalogue, stèles, Sérapéum, I, No. 18; so far as preserved, this stela makes no mention of the Crown Prince Shoshenq.
De tweede keer - § 286 voetnoot 457 - staat er: Stela of Year 23, set up by the royal scribe, Amenemope; Malinine, Posener, Vercoutter, Catalogue des steles du Sérapéum de Memphis, I, No. 18, pp. 17-18 and pl.; older literature, see G3, 336, n. 3 end, PM, III, 207 end (Shoshenq and Huy).

Het kunnen goed twee verschillende steles zijn, maar waarom schrijft Kitchen dan § 81 ‘reputedly’? (wat ik toch niet verkeerd vertaal als ‘naar het heet’, ‘naar algemene aanvaarding’?)

Hogepriester (en kroonprins) Shoshenq overleed voor zijn vader. Zijn tombe werd intact teruggevonden in 1942 in Memphis, dichtbij de tempel van Ptah.

In ‘Burial Customs in Ancient Egypt, Life in Death for Rich and Poor’ (2003), door Wolfram Grajetzki vind ik p. 102 hierover meer details.

Van de ondergrondse tombe is de mogelijke bovenbouw niet bewaard gebleven. Gebouwd met blokken kalksteen, waren de muren versierd met scènes en hoofdstukken uit het Dodenboek.
Het lichaam van hogepriester Shoshenq werd bedekt door een stèle uit de 18de dynastie, gebruikt als deksel. Van een kuip is niets teruggevonden; deze bestond hoogstwaarschijnlijk uit een houten lijkkist die door de vochtigheid volledig verdwenen was bij ontdekking.
Er werden ongeveer tweehonderd shabti’s teruggevonden en vier canopenvazen, samen met een kleine stèle waarop Horus en Bes afgebeeld worden.
Een eerste cippus?

Bij de mummie van hogepriester Shoshenq werden onder meer gevonden: amuletten van Osiris, Isis, Nephtys en Taweret, gouden oedjat-ogen, en twee Hathor-hoofden. Uitzonderlijke hoeveelheid amuletten voor een privé-persoon.

Verder volgens Wolfram Grajetzki was de mummie van hogepriester Shoshenq rijkelijk voorzien van goud, zoals vinger - en teenkokertjes, maar ook … ik vertaal:
“De mummie was rijkelijk voorzien versierd met goud. Vingers en tenen hadden speciaal gemaakte gouden omhulsels, net zoals de zijdelok – een typisch attribuut van de hogepriester van Ptah – en de penis.”

Er staat in het boek van Grajetzki voor beide laatste een tekening, Fig. 126, die ontleend is aan A. Badawi, ASAE 54 (1956-57) (pl. XIVa,b) Kenneth Kitchen verwijst § 286 voetnoot 458 ook naar dit artikel van Badawi als ‘preliminary report’.

Zijn er van beide laatste voorwerpen – gouden omhulsels voor zijdelok en penis - nog voorbeelden bekend?
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6339
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Ma Jan 21, 2008 9:17 pm

Zonder specifiek meer te weten over de gouden attributen van hogepriester Shoshenq, deze post over 'Vergulde, of met edelmetaal bedekte of omhulde lichaamsdelen' in het algemeen:
viewtopic.php?t=1134&mforum=prkmthetegyptef
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6339
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen


Terug naar Derde Tussenperiode

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast